Aangepast werken en leven in tijden van Corona

De ontwikkelingen ten aanzien van de corona-aanpak zorgen voor veel gevoelens van onzekerheid. Meestal zijn wij mensen geneigd in actie te komen bij onzekerheid. Zo creëren we een gevoel van controle. Het voelt dan onnatuurlijk en zeker onwennig om dingen juist niet te doen.

Ik herken dit proces zo, bij mensen die met burn-out kampen, die genoodzaakt zijn de roofbouw te stoppen. En natuurlijk ook uit eigen ervaring.

Ik zeg tegen hen bij voorkeur niet wat ze niet meer mogen. Ik geef leefregels voor nieuw, herstelgedrag, die hen helpen verdere roofbouw te voorkomen en vitaliteitsreserves op te bouwen. Deze afbeelding geeft dat zo mooi weer.

Voor mijn praktijk heb ik mezelf vorige week de vraag gesteld; wat kan ik wél doen?

En dat is het volgende:

  • Groepsbijeenkomsten verplaatsen, waaronder de training Effectief Stressmanagement die ik vanaf morgen zou geven in Breda;
  • Een-op-een-sessies omzetten naar therapie via beeldbellen. Daarvoor ga ik een privacy-proof programma aanschaffen;
  • Sociale activiteiten, ook mijn meditatielessen, afgezegd of verplaatst. Meditaties heb ik van de docenten op Spotify gekregen;
  • Verbindende en corrigerende gesprekken met de jong-volwassenen in huis, zodat en nadat ze goed van de nieuwe leefregels zijn doordrongen;
  • Ons jongste kind beschermen tegen virus en verkoudheid, omdat ze ernstig longpatiënt is;
  • Een hele grote boel strijken;
  • Boeken lezen.

En verder houdt het me bezig hoe ik mijn lijf buiten in de natuur in beweging kan houden, afhankelijk van hoe groot de restricties worden.

Zo doet iedereen wat hij kan. Daar vertrouw ik op. Een grote fysieke en mentale druk ligt op de artsen en verplegers, in ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ-instellingen, gevangenissen en TBS-klinieken. En laten we niet vergeten iedereen die hard werkt en/of vrijwillig zijn hulp en steun biedt aan anderen om deze uitbraak te beteugelen.

Daarnaast denk ik ook aan de mensen die het advies krijgen thuis te blijven, en het moeilijk vinden zich echt thuis te voelen. Hoe is het voor hen? Wie is er voor hen? Hopelijk zetten psycho-sociaal hulpverleners hun afspraken met mensen zoveel mogelijk om in online contact. Zodat het gevoel van verbinding niet verloren raakt.

Ik ben dankbaar dat ik op mijn manier nog mijn steun kan blijven bieden aan hen die lijden aan (ernstige) stress- en burn-outklachten, waaronder angst- depressie- en stressgevoelens. Zij kunnen in tijden van fysieke afstand toch nabijheid ervaren.

Afsluitend zou ik willen zeggen: laten we in liefde naar elkaar om blijven kijken en het gezamenlijk belang vooropstellen. Daarmee kunnen we erger voorkomen.


Het Nationaal Stressdebat; wat viel mij op?






“Doe niet alsof burn-out alleen met werk samenhangt”






Een terugblik op 2016






Voorkom Onnodig Verzuim

‘Conflict door verzuim of verzuim door conflict?’






Geef vooral geen aandacht aan werkdruk! “Alles wat je aandacht geeft, dat groeit!”

werkdruk

Niet willen of niet kunnen?

Willen werkgevers niet praten en nadenken over werkdruk of kunnen ze niet? Zijn werkgevers bang dat de vinger dan naar henzelf wijst en bij werkstress naar de werknemer? Als je naar de definitie kijkt die TNO hanteert, dan hoeft dat toch echt niet. Een situatie waarin er een disbalans is ontstaan tussen de eisen van het werk wat betreft inhoud van het werk en de context van het werk en de mogelijkheden van de werknemer om het werk goed uit te voeren. Werkdruk is één van de oorzaken van werkstress, naast andere werkgerelateerde factoren die biopsychosociale klachten kunnen veroorzaken (zoals bijv. confrontatie met agressie en geweld, arbeidsconflict, discriminatie, seksuele intimidatie)

Workshop over werkdruk

Onlangs gaven wij een workshop over werkdruk. We waren specifiek uitgenodigd om voor een groep mensen in de zorg te komen vertellen over werkdruk en de aanpak van de werkwegwijzer. Reacties als: “alles wat je aandacht geeft groeit” (dus het geklaag of de werkdruk wordt groter zodra je aandacht geeft aan werkdruk) en “laten we het niet groter maken dan het is” (wie bepaalt eigenlijk hoe groot de werkdruk is of hoe groot die wordt ervaren) volgden. Een van de aanwezigen stak ietwat achterdochtig maar overtuigd zijn hand op stak en riep: “Moeten we het hier écht over werkdruk hebben? Ik krijg hier nou niet bepaald een positief gevoel bij!”
Oké, misschien zijn wij saaie mensen en vielen de mensen in slaap en zijn wij geen inspirators, altijd eerst hand in eigen boezem steken, toch?

Was het saai?

TNO Werkdruk WegwijzerAangezien het voor mensen in eerste instantie een nogal taai onderwerp lijkt, besloten wij de aanwezigen op een interactieve manier kennis te laten maken met de Werkdrukwegwijzer van TNO. We hadden het taaie onderwerp gemaakt tot een interactief spel. Gekoppeld aan het werkdrukmodel. Een prachtig model, dat uitlegt waaruit werkdruk bestaat. Dat het niet alleen de hoeveelheid werk is, maar dat ook persoonlijke factoren en onvoldoende buffers en de aan- of afwezigheid van voldoende regelmogelijkheden werkdruk bepalen.

Dit bracht vragen op gang: want “die regelmogelijkheden, die kunnen ook te veel aanwezig zijn. Dat kan toch ook leiden tot werkdruk? Te veel autonomie bijvoorbeeld”.
“Dat klopt inderdaad. Daarom is het bij het onderzoeken van werkdruk altijd belangrijk om hierover in gesprek te gaan. Het gaat om beleving. Hoe mensen het beleven en waardoor dat komt, kan je alleen helder krijgen in een gesprek”, zeiden wij. De hakken gingen in het zand, weg spel. Nee, werkdruk daar wilde het overgrote deel van de aanwezigen het niet over hebben, enkel over bevlogenheid en wellicht werkstress.

Of….zit de pijn dieper? Is werkdruk een taboe?

Is werkdruk een woord dat associaties oproept als; het ligt aan de organisatie, wij moeten iets doen, terwijl werkstress kan wijzen naar de werknemer; die doet iets verkeerd? Wij waren gevraagd en gekomen om de aanwezigen in korte tijd (een uur) kennis te laten maken met de werking van de werkdrukwegwijzer van TNO. Zodat zij een gedegen instrument in handen hebben om werkdruk gedegen aan te pakken in hun eigen zorgorganisatie. De ervaringen die we opdeden, bewezen eens te meer dat het taboe dat op werkdruk ligt. Exact een dag later lazen we een artikel in Arbokiezer.nl https://arbokiezer.nl/werkdruk-geen-thema-voor-werkgevers/ waarin letterlijk stond:

Wat zien werkgevers zelf als belangrijke HRM-thema’s?

“Uit onderzoek van HR Navigator, dat onderzoek deed onder 500 werkgevers die gebruik maakten van haar arbodienst selectie-site Arbokiezer, kwam het volgende naar voren”, aldus adviseur Marco de Zeeuw. “Nog geen 7% van onze klanten noemt ‘werkdruk’ als een van de drie belangrijkste HRM-thema’s. Welke thema’s voor de HR en arbo-verantwoordelijken wél bovenaan staan zijn: ‘vertrouwen’ (22%), ‘arbo-gerelateerde veiligheid en risicomanagement’ (19,5%) en ‘preventie’ (ruim 13%).”

De vraag is dus of werkgevers werkdruk wel als een probleem zien, terwijl de cijfers over werknemers die uitvallen als gevolg van werkstress toch echt voor zich spreken. Het opvallende is dat uit recent Motivaction onderzoek blijkt dat 55% van de werkgevers over werkstress met haar werknemers in gesprek wil. De Zeeuw: “Als goed werkgever zeg je hiermee bezig te zijn, maar uit ons onderzoek blijkt werkdruk nauwelijks een thema te zijn. Het lijkt erop dat het pas een probleem wordt als de werknemer uitvalt.”

En het NOS journaal meldt:
“Werknemers in de zorg voelen de hoogste werkdruk”

Speelruimte, dekt dat de lading?

geef vooral geen aandacht aan werkdrukEén ding is zeker: deze ervaring is ons enorm aan het hart gegaan. We hebben, met medewerking van een collega, hard nagedacht over hoe we het aanpakken van werkdruk wél op de agenda’s van de zorg kunnen krijgen. We probeerden het positief te brengen; SPEELRUIMTE, ja, dat moest het worden: hoe kunnen we organisaties helpen de speelruimte van hun werknemers te vergroten?

speel·ruim·te (de; v; meervoud: speelruimten, speelruimtes)

ruimte voor enige vrijheid van beweging of handeling

Dan zou men misschien meer genegen zijn om te spreken over oplossingen voor de druk die (door persoonlijke en organisatorische aspecten) wordt ervaren. De druk waardoor het werk minder goed kan worden uitgevoerd.

Komen we toch weer op werkdruk! was onze conclusie.

En waarom zouden we het woord ook mijden? Het gáát immers over werkdruk! Dat werd in de Week van de Werkstress maar weer eens goed duidelijk. Laten we het daar dan over hebben. En met elkaar in oplossingsrichtingen denken! Letterlijk in gesprek gaan over werkdruk en werkstress en SAMEN oplossingen bedenken. Want dat er pijn is, dat staat als een paal boven water. En enkel pleisters plakken, dat werkt niet, de etterende wond moet behandeld worden, anders schieten we er niets mee op.

Jennifer Hanenberg- Elders van Voorkom Onnodig Verzuim

Annemie Schuitemaker van Career & Live

mede namens Joke Koster van CSR Centrum  en Wilma Wouters van VitalaVie

Allen adviseurs Technologie Cluster Werkdruk TNO